Een tweede hond erbij: het ideaalbeeld vs de praktijk

"Twee honden die samen wandelen in de natuur"

Ik krijg de vraag regelmatig. Iemand staat al half over de streep, het hondje staat al klaar op de foto van de fokker, en dan komt toch nog die vraag:

"Hans, is dit wel een goed idee?"

Soms wel. Soms helemaal niet. Ik neem jullie mee in wat ik daar in de praktijk over heb leren zien, ook vanuit mijn eigen ervaring met Willem en met Barney en Lou, mijn vorige honden.

Het ideaalbeeld dat (bijna) iedereen in zijn hoofd heeft

Twee hondjes die tegen elkaar aan liggen te slapen, die elkaar bezighouden, die van dag één af koek-en-ei zijn. Dat beeld bestaat. Maar het is geen garantie. Het is het resultaat van combinaties die wél matchen, en die wél op het juiste moment kwamen.

We zetten vaak twee vreemde individuen bij elkaar, waarvan we er één door en door kennen, en de andere nog niet. En dan verwachten we meteen die klik die we al in ons hoofd hadden uitgetekend.

Wanneer je dit ideaalbeeld niet kan loslaten, dan ga je je vaak erg snel zorgen maken wanneer niet alles van een leien dakje loopt. Deze individuen hebben ook tijd nodig. Tijd om elkaar te leren kennen, tijd om in de nieuwe gewoontes te rollen, en vooral: dat dit gewoon rustig en veilig kan verlopen.

Tip: Een nieuwe hond in huis halen? Doe dit met een gezonde nieuwsgierigheid, maar laat die verwachting wat los.

 

Wanneer is mijn hond eigenlijk klaar voor een tweede hond?

Wanneer mensen me deze vraag stellen, antwoord ik vaak niet meteen. Ik stel een vraag terug: Wat is de reden dat je een hond erbij wil?

Vanaf daar kom ik tot de kern. Soms is het de hoop om een gedragsprobleem bij de huidige hond op te lossen. Soms schuldgevoel, omdat die hond vaak lang alleen thuis zit. Soms fouten die we bij onze eerste hond hebben gemaakt, die we nu willen rechtzetten. En soms zit er iets anders onder: wat anderen van ons denken. Want met deze nieuwe hond kunnen we wél netjes wandelen., kunnen we wél gezien worden. Kunnen we wél bezoek ontvangen. Waar dit met onze andere hond misschien niet gaat.

Die onderliggende reden is voor mij vaak belangrijker dan de leeftijd of het ras. Een gedragsprobleem verdwijnt niet door er een speelkameraad bij te zetten. Heel menselijke motivaties, maar ik wil dat deze laag wel bloot komt te liggen bij mensen voor ze de stap zetten.

Daarna komt de praktische vraag: hoe stabiel of relaxed is je huidige hond eigenlijk? Een relatief veilige richtlijn is: ‘Wanneer je andere hond volwassen is’. Dit is vaak rond 2 -3 jaar. Die 3 jaar is het moment waarop de meeste honden, zeker de grotere rassen, door hun puberteit en adolescentie heen zijn. Mentaal en sociaal rijp duurt bij een bullmastiff of cane corso een flink stuk langer dan bij een kleinere hond.

Die leeftijd betekent ook voor mij: ik weet nu wie deze hond is, hoe hij reageert op stress, hoe zijn lichaamstaal werkt, waar zijn grenzen liggen,… Die kennis is goud waard als je er een tweede hond bij zet. Als je je hond op deze manier kan inschatten? Dan vergroten je kansen op een goede match énorm.


De keuze die ik zelf maakte, (en niet maakte), met Barney

In het laatste half jaar van Barney's leven, al wisten we toen nog niet dat het zijn laatste half jaar zou zijn, kreeg ik de kans om een jonge labrador ‘op proef’ een paar dagen bij ons te laten logeren. Ik was nerveus om ooit zonder hond te vallen, en dacht: misschien is dit het moment. Barney was best stabiel, en gedragsmatig had ik geen grote uitdagingen met hem.

De eerste interactie verliep prima. Maar naarmate de dag vorderde, zag ik het: niets dramatisch, geen spanning, maar zo geweldig vond Barney dit niet. Voor een bullmastiff van bijna tien jaar is spelen met een jonge, fysieke labrador al een hele opgave. En ook al waren er eigenlijk geen grote spanningen of conflicten, ergens merkte ik: Hmm. Dit zou ik meer voor mezelf doen, en niet meer voor Barney. Mijn drijfveer was vooral: ik was bang om zonder hond te vallen.

Ik heb er lang over getwijfeld. Maar ik koos ervoor om dat laatste half jaar van Barney's leven niet meer op te schudden. Hij had me een prachtig leven gegeven. Ik ging hem dat niet meer aandoen, ook al was het perfect te managen geweest. En dus koos ik ervoor om hem een rustigere oude dag te gunnen, zoals hij het al lang gewend was.

Dat is precies waar deze beslissing om draait. Niet alleen "kan het", maar ook "wil ik dit voor mijn hond op dit moment van zijn leven."


2 honden die spelen in de natuur met een mooie gele speelbal

Barney was als pup ook een ‘tweede hond’. Hij heeft nog enkele jaren samen geleefd met onze eerste Bullmastiff Lou.


Als je hond al worstelt met andere honden, wacht ermee


Dit advies geef ik het vaakst, en wordt vaak niet over nagedacht. Ook omdat we denken dat dit dé oplossing gaat zijn. Maar helaas vaak met spijtige gevolgen.

Als je huidige hond al heel veel moeite heeft met vreemde honden, of zijn etensbak of plekje verdedigt, is een tweede hond erbij zetten zelden de oplossing. Die spanning krijgt er vaak gewoon een vaste tegenspeler bij.

Ik had een case bij een gezin met 2 honden. 1 hond was overleden, waardoor de andere alleen achterbleef. Het enige probleem was: Deze hond was als pup bij de overleden hond gekomen. Maar alle vreemde honden kon hij niet mee overweg. Toen de nieuwe hond erbij kwam, ontstond er voortdurend conflict. Dat zorgt ervoor dat je de tijd en aandacht die je eigenlijk voor een stuk aan je nieuwe pup wil spenderen, dat je dit moet spenderen aan de veiligheid van het gewone dagdagelijkse leven.

Absoluut geen verwijt aan die mensen, de intentie was goed. Maar de hond zelf had op dat moment vooral nood aan rust, niet aan een nieuwe medebewoner. Deze zaken kennen vaak ook wel verbetering, maar in sommige gevallen blijft het langdurig conflicten geven wanneer het écht geen match is.


Hoe een introductie er in de praktijk uitziet


Begin niet met de deur openzetten en hopen op het beste.


Toets alles rustig af. Doe eerst een wandeling, desnoods op afstand. Kijk hoe ze op elkaar reageren. Doe dit desnoods enkele keren (als je de luxe hebt). Observeer hoe de evolutie loopt.
Het is vaak nodig om dit een tijdje op te bouwen, het loopt niet altijd dat ze vanaf dag één 2 poten op een buik zijn.

Je kan zelfs met geur werken om te laten gewennen: een doek over de nieuwe hond wrijven, en deze nieuwe geur al introduceren in huis. Daarna laten ze kennismaken buiten, op een plek die voor geen van beide hond thuis is. Dat verlaagt de spanning enorm.

En als je het spannend vindt? Gebruik een barrière. Een omheining, een poort, … zo kan je relatief veilig testen hoe de honden op elkaar reageren.

Ik kijk vooral naar de lichaamstaal, niet naar of ze meteen spelen. Een ontspannen lijf, een losse staart, kort oogcontact gevolgd door wegkijken: prima tekenen. Verstijving, langdurig staren, een stijf opgetrokken staart: daar vertraag ik op, daar forceer ik niet doorheen.


Iets dat vaak over het hoofd gezien wordt: Bronnen

Een eetbak en drinkbak naast elkaar zetten is voor ons als mens praktisch. Dat is ook het enige voordeel dat wij erbij hebben.

Voor de hond is dat anders. Zelfs zonder een hap of een grom kan een hond tijdens het eten constant naar de ander loeren om te checken of die al klaar is. Die druk zit er dan twee keer per dag, week na week. Op een gegeven moment kan dat een keer te veel zijn.

Geef elke hond zijn eigen eetplek en een eigen vaste rustplaats, niet noodzakelijk samen. En zorg voor individuele tijd met elke hond apart. Zeker in het begin, zorg dat elke hond zijn eigen rustige plaats heeft, met zijn eigen voerbakje en drinkbakje, zijn eigen kauwspeeltjes, zijn eigen rustplaatsje, enzovoort. Honden hebben ook deze rustmomenten nodig , zonder gestoord te worden.


Geslacht, speelt dat een rol?

Hier bestaan zeker onderzoeken en cijfers over. Over het algemeen: binnen het vakgebied geven twee teven samen doorgaans de grootste kans op onderlinge spanning, gevolgd door twee reuen. Een reu en een teef samen geven statistisch de kleinste kans op agressie. Algemene tendensen, geen harde wetten.

Kies je voor een intacte reu en een intacte teef? Denk ook even verder dan agressie: een ongewenst nestje is reëel, en een reu kan flink gefrustreerd raken als de teef in huis loops is.

Maar dat terzijde, dit zijn vooral cijfers. Ik ken enorm veel situaties waar teef-teef eigenlijk gewoon vlot gaat, net zoals reu-reu. Dit zijn statistieken.
Als ik mag antwoorden vanuit eigen ervaring, dan is het bij gezinnen waarbij ze een goede notie hebben van basisbehoeftes en lichaamstaal? Dat daar eigenlijk véél minder conflicten zijn. En dit staat voor mij vollédig los van ras of geslacht.


Vragen die ik vaak krijg

  • Kan een tweede hond helpen tegen alleen-blijf-problemen? Meestal niet. Ook al wordt er vaak gedacht van wel.

  • Wat met 2 puppies tegelijk adopteren? Twee jonge honden samen opvoeden is dubbel werk, ze richten zich vaak meer op elkaar dan op jou als je hier geen rekening mee houdt. Het is iets dat ik doorgaans nooit aanraad.

  • Hoe lang duurt het voor ik weet of het een goede match is? Bij een herplaatser reken ik minimaal drie maanden. De eerste weken zijn vaak nog wittebroodsweken. In deze periode ga je geregeld kleine veranderingen kunnen zien zowel in dagelijks leven, als in onderlinge verstandhouding. (Maar geen zorgen, dit loopt zeker niet altijd heel gespannen hoor :-) )

  • Samen of apart laten eten? Apart, of op voldoende afstand. Ook zonder zichtbaar conflict bouwt de alertheid tijdens het eten zich op. Eten moet een comfortabel momentje zijn voor elk.

  • Moeten de honden constant samen zitten? Nee. Ze hebben ook 1 op 1 tijd met jou nodig, en rustmomenten waarin ze niet gestoord worden. Niet door ons, niet door de kinderen, en niet door de andere hond in het gezin. Niet alle honden zoeken continu interactie. (Vaker zelfs niet dan wel).

Tot slot

Een tweede hond kan een prachtige aanvulling zijn, voor jou en voor je hond. Maar de mooiste verhalen die ik zie, beginnen bijna altijd met iemand die de tijd nam om eerlijk te kijken naar wat zijn huidige hond op dat moment nodig had. En soms ook naar wat er achter die wens zelf schuilgaat.

Sta je voor die keuze, maar twijfel je? Plan gerust een kennismaking. Ik denk graag met je mee.

Volgende
Volgende

Waar vreugde en gemis hand in hand gaan